Tongo e meki…

foto Stuart

|Lees Kofi’s verhaal in het Nederlands|

In my youth I was jealous of the Hindustani, Javanese and Chinese people in Suriname. Not because of their smooth hair, but because of their multilingualism. Surinamese Hindustani, Javanese and Chinese speak at least three languages, while I had to make do with only two: Dutch and Sranantongo. They could express their thoughts aloud in their native language, while I had to whisper to share my experiences.

It was the delicious cuisine of roti, bara and phulauri with chatni from my Hindustani neighbours that made my interest for their language grow. And it was the beauty of Nanghè, the sister of my Javanese friend Notèh, which gave enough reason to visit more often for telôh, krupuk and pèyèh. As for the Chinese, my language skills did not go beyond tyawmin, tyap tyoi and the Chinese counter. The children were not allowed to play outside the Chinese walls of their store dynasty. An exchange of typical words was unfortunately not a possibility.

Then Rutu asked me what my mother language means to me. The funny thing is that I use Dutch to prevent my story from being lost, because few people understand my Sranan Tongo, the mother tongue that I regularly use to express my feelings.

~Kofi Abeniba, Suriname

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


Tongo e meki…

In mijn jeugd was ik jaloers op Hindostanen, Javanen en Chinezen in Suriname. Niet vanwege hun gladde haar, maar vanwege hun meertaligheid. Surinaamse Hindostanen, Javanen en Chinezen spreken minstens drie talen, terwijl ik het moest doen met maar twee: het Nederlands en het Sranantongo. Zij konden zich luidop terugtrekken in hun eigen taal, terwijl ik fluisterend mijn belevenissen moest delen.

Het zijn de overheerlijke gerechten roti, bara en phulauri met chatni van mijn Hindostaanse buren die ervoor zorgden dat mijn belangstelling voor hun taal groeide. En het was de schoonheid van Nanghè, het zusje van mijn Javaanse mati Notèh, die genoeg reden gaf om vaker langs te gaan voor telôh, krupuk en pèyèh. Voor wat betreft het Chinees kwam ik niet verder dan tyawmin, tyap tyoi en de Chinese toonbank. De kinderen mochten niet buiten de Chinese muren van hun winkeldynastie spelen. Een gedachtewisseling met typische woorden zat er dus jammer genoeg niet in.

Toen vroeg Rutu me wat mijn moedertaal voor mij betekent. Het grappige is dat ik het Nederlands gebruik om te voorkomen dat mijn verhaal verloren gaat, omdat slechts weinigen mijn Sranan tongo begrijpen, de moedertaal waar ik regelmatig op terugval om uiting te geven aan mijn gevoelens.

~Kofi Abeniba, Suriname

I am a woman of many languages

foto Dionne|Lees Dionne’s verhaal in het Nederlands|

I am Dionne Swedo. My parents only spoke Dutch with my sisters and me. When I was six my family moved from Paramaribo to the district of Marowijne, in the far east of Suriname. I ended up in a totally alien environment where I wondered what language they spoke. As I grew older, I understood that that language is called Sranan Tongo. At school it became more difficult for me. There they spoke Aukaner and Sranan Tongo. I didn’t have any girlfriends, because I didn’t understand anything and I was ridiculed for being a city dweller.

That’s when I decided that I no longer wanted to be an outsider. I learned to speak Aukaner and by the time I was thirteen I spoke better Aukaner than Sranan Tongo. When I was thirteen I started my first summer job as a saleswoman at a Chinese grocery store, and got in touch with different people and languages (Chinese, English, Spanish, Portuguese and French). This sparked my interest to learn new languages, because I wanted to understand what was said.

I now have more than one mother tongue. Because of my work with young people in Marowijne I speak Aucaans and Sranan Tongo. I like that I can say bonjour when I’m in French Guyana, fawaka to a friend, obrigado or go tangii. I may have not mastered all languages fully, but I manage. Suriname is a country of many languages and I’m a woman of many languages.

~ Dionne Swedo lives in Marijkedorp, an indigenous community in Eastern Suriname. She has followed several trainings of the Rutu Foundation.

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


Ik ben een vrouw van vele talen

Ik ben Dionne Swedo. Mijn ouders spraken alleen Nederlands met mijn zusjes en mij. Op mijn zesde verhuisde mijn familie van Paramaribo naar het district Marowijne, helemaal in het oosten van Suriname. Ik belandde in een totaal vreemde omgeving waar ik me afvroeg wat voor taal men sprak. Toen ik ouder werd, begreep ik dat die taal Sranan tongo heet. Op school werd het moeilijker voor mij. Er werd Aucaans en Sranan tongo gesproken. Vriendinnetjes had ik niet, want ik verstond niets en ik werd uitgelachen voor stedeling.
Ik besloot toen dat ik niet langer een buitenbeentje wilde zijn. Ik leerde het Aucaans spreken en beheerste dat op mijn dertiende meer dan het Sranan tongo. Ik begon op mijn dertiende ook mijn eerste vakantiejob als winkelverkoopster bij een Chinese supermarkt en kwam daar in aanraking met verschillende mensen en talen (Chinees, Engels Spaans, Portugees en Frans). Dat wekte mijn interesse om nieuwe talen te leren, want ik wilde verstaan wat men zei.
Ik heb nu meer dan één moedertaal. Vanwege mijn werk met jongeren in Marowijne spreek ik Aucaans en Sranan tongo. Ik vind het leuk om bonjour te kunnen zeggen als ik in Frans Guyana ben, fawaka tegen een matie, obrigado of gaan tangii. Ik heb dan wel niet alle talen onder de knie, maar ik red me wel. Suriname is een land van vele talen en ik ben een vrouw van vele talen.

~Dionne Swedo woont in Marijkedorp, een inheemse gemeenschap in Oost Suriname. Zij heeft verschillende trainingen gevolgd van de Rutu Foundation.

Two places where you belong

|Lees Isaure’s verhaal in het Nederlands|

I guess the best thing about having two mother languages is having two different roots, two places where you belong. It’s more interesting and also more fun. You get to experience two sides of everything: while the French do not directly say what they think in a formal situation, the Dutch are more inclined to speak their mind when being polite. It makes me aware that there is not one definition of politeness or expressing kindness – there are thousands, just as there are thousands of languages and thousands of different cultures. I like having two cultures where I feel at home – whenever I feel sad at my school in the Netherlands, I think of my family in France who would have reacted very differently to the situation, and vice versa. Learning English at the age of 6 has also opened up a different world for me. While I am not especially familiar with the culture of an English-speaking country in particular, I do enjoy being able to communicate verbally almost everywhere in the world, as it is so widely spoken. Being fluent in three languages already only gives me motivation to learn more languages and cultures… There is so much more to discover and the world is so big!

~Isaure, 16 years, the Netherlands

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


Je thuis voelen op twee plaatsen

Ik denk dat het beste van het hebben van twee moedertalen is dat je twee verschillende wortels hebt, twee plaatsen waar je thuishoort. Het is interessanter en ook leuker. Je krijgt de kans om alles van twee kanten te beleven: terwijl Fransen niet direct zeggen wat ze denken in een formele situatie, zijn Nederlanders meer geneigd om hun gedachten uit te spreken. Het maakt me ervan bewust dat er niet één definitie is van beleefdheid of het uiten van vriendelijkheid – er zijn duizenden manieren, net zoals er duizenden talen en duizenden verschillende culturen zijn. Ik vind het leuk om twee culturen te hebben waarin ik me thuis voel – wanneer ik me verdrietig voel op mijn school in Nederland, denk ik aan mijn familie in Frankrijk, die heel anders gereageerd zou hebben op de situatie, en vice versa. Het leren van Engels op 6-jarige leeftijd opende ook een andere wereld voor mij. Terwijl ik niet erg bekend ben met de cultuur van een Engels-sprekend land, geniet ik van de mogelijkheid om bijna overal mondeling te kunnen communiceren in de wereld, omdat het Engels zoveel wordt gesproken. Doordat ik al vloeiend ben in drie talen ben ik sterk gemotiveerd om nog meer talen en culturen te leren. Er is zoveel meer te ontdekken en de wereld is zo groot!

~Isaure, 16 jaar, Nederland

A wider world through multilingualism

|Lees Thijs zijn verhaal in het Nederlands|

Since I was a toddler, French (my native language) has opened a world for me with a lot of possibilities. On the one hand, it gave me a vocabulary that was very open, but on the other hand there is also a downside. Because I am bilingual, I have to maintain both my French and my Dutch. I have to read in both languages, and also write and talk. It is difficult to maintain, but the outcome is beautiful! That became clear, for example, when I went with my friend on holiday. His parents have a bed and breakfast in Belgium. It was just next to France. When his parents weren’t at home, the bell rung. There were French tourists at the door who came without an appointment and asked for a room. Because my friend did not know what to do, I had to talk to them and explain the situation to them. I did not have the best vocabulary as I was ten years old but I found I could still manage well. Now I follow bilingual education, so my English is getting better too. My conclusion is that my mother opened a wider world for me, but I have to maintain three languages: French and Dutch and English, and that is a lot harder!

~Thijs, 12 years old, the Netherlands.

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


Een grotere wereld dankzij meertaligheid

Al sinds ik een kleuter ben heeft het Frans (mijn moedertaal) voor mij een wereld geopend met veel meer mogelijkheden. Aan de ene kant kreeg ik een woordenschat die erg open was, maar aan de andere kant was er ook een nadeel. Omdat ik tweetalig ben, moet ik zowel Frans als Nederlands onderhouden. Ik moet in beide talen lezen, schrijven en praten. Het onderhouden is moeilijk, maar de uitkomst is prachtig! Dat bleek bijvoorbeeld toen ik met mijn vriend op vakantie ging. Zijn ouders hebben in België een ‘bed and breakfast’. Het was net naast Frankrijk. Toen zijn ouders niet thuis waren, werd er aangebeld. Het waren Franse toeristen die zonder afspraak kwamen en om onderdak vroegen. Omdat mijn vriend niet wist wat hij moest doen, moest ik hen aan de praat houden en uitleggen wat de situatie was. Ik had niet de beste woordenschat als tienjarige maar ik merkte dat ik er goed mee kon omgaan. Tegenwoordig volg ik tweetalig onderwijs, waardoor mijn Engels ook steeds beter gaat. Mijn conclusie is dat mijn moedertaal voor mij een grotere wereld opent, maar dat ik zowel Frans als Nederlands als Engels moet onderhouden en dat is een stuk moeilijker!

~Thijs, 12 jaar, Nederland

Privileged to know five languages

foto Mag de Vos

|Lees Mag’s verhaal in het Nederlands|

I was born in the 1970s in Singapore and grew up predominantly in a multilingual and multicultural environment till young adulthood before I set forth unexpectedly on a life long journey through different countries and even continents. For the last ten years, I have been living and working in the Netherlands. Currently, I live with my Dutch partner and our 13 year-old daughter in Amsterdam.

The language situation in Singapore is unique in the sense that, English along with Mandarin, Behasa Melayu and Tamil are the four official languages. Like many Singaporeans in my age group, I can understand and hold simple everyday conversations in Mandarin, Behasa Melayu and Tamil. In my opinion, learning and using other languages used within a community, lead to greater acceptance and appreciation of cultural norms and values existing within individual cultures.

Although my mother tongues are Behasa Melayu and Tamil, my most commonly used language both at home and in school is English. In Singapore, English is an international language for business, government and main language of instruction in schools. As a result, English has long become my preferred language over the other languages since my elementary school days. It is the dominant language in which I think, analyse, evaluate, debate (argue) and even dream in!

I am privileged to have been given the opportunity to celebrate Mother Language Day with knowing the languages I know, and to have lived in a culturally rich environment where linguistic diversity was celebrated. The fundamental relationship between language and culture, undoubtedly have lead me to my persistence towards learning my fifth language (Dutch) in order to positively integrate and contribute to my current community in Amsterdam.

謝謝(xiexie), terima kasih, நன்றி (nanri) and thank you.

~Mag Ramachandran is an English language teacher at the International Community School Amsterdam, English language tutor and teacher trainer at the Amsterdam University of Applied Sciences.

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


Ik ben bevoorrecht dat ik vijf talen ken

Ik ben geboren in de jaren ‘70 in Singapore. Voordat ik op een levenslange reis door verschillende landen en continenten ging, groeide ik op in een meertalige en multiculturele omgeving. Momenteel woon ik met mijn Nederlandse partner en onze 13 jaar oude dochter in Amsterdam.

De taalsituatie in Singapore is uniek. Engels, Mandarijn, Behasa Melayu en Tamil zijn de vier officiële talen. Net als veel Singaporezen van mijn leeftijd houd ik eenvoudige alledaagse gesprekken in het Mandarijn, Behasa Melayu en Tamil en kan ik deze talen begrijpen. Naar mijn mening kan het gebruik van andere talen binnen een gemeenschap leiden tot een grotere acceptatie en waardering van de verschillende culturele normen en waarden.

Hoewel mijn moedertalen Behasa Melayu en Tamil zijn, is Engels de taal die ik het meest gebruik, zowel thuis als op school. In Singapore is Engels de internationale taal voor het bedrijfsleven, de overheid en de belangrijkste taal van het onderwijs op scholen. Als gevolg daarvan is Engels mijn voorkeurstaal geworden. Het is de dominante taal waarin ik denk, analyseer, evalueer, debateer, ruzie maak en droom.

Ik ben bevoorrecht dat ik de Dag van de Moedertaal kon vieren in de wetenschap dat ik vier talen ken. Ik ben blij in een cultureel rijke omgeving te hebben geleefd waar taaldiversiteit werd gevierd. Dit heeft ongetwijfeld geleid tot mijn doorzettingsvermogen bij het leren van mijn vijfde taal, het Nederlands. Op die manier heb ik kunnen integreren en kan ik bijdragen aan mijn huidige gemeenschap in Amsterdam.

謝謝(xiexie), terima kasih, நன்றி (nanri), and thank you.

~Mag Ramachandran is leerkracht Engels op de International Community School Amsterdam, tutor Engelse Taal en lerarenopleider aan de Hogeschool van Amsterdam.

French class made easier

Lees het verhaal van Alexis in het |Nederlands|

What is my mother tongue? Is it the language that I learned from my mother? Or the language of the country where I live?

For me, my mother tongue is French, because it is the first language that I’ve learned. Still, my Dutch is better than my French. That’s because I live in the Netherlands. People always think it’s a big advantage that I know French and Dutch. Personally, I benefit from it during the French lessons at school. But often my friends point out that I make a lot of mistakes in placing accents. It was also a major blow when I started learning German: it was a whole new language for me. It was the first time I had to learn a language that was completely new to me.

Still, I think that one of the advantages of my bilingualism is that I can easily get a good accent. Friends often look surprised that when I call my mother I speak French. It also happens automatically. For example, I’m eating lunch with a friend at home and suddenly my mother starts to speak French.

I could never imagine what it felt like for my friends, until I experienced it myself one day when I was with some Polish friends. You wonder what they are talking about. And of course you don’t dare to say anything about it. You just wait until they switch back to the language you know. Nevertheless, French remains very important to me.

– Alexis, 14 years, the Netherlands


Profijt tijdens de Franse les

Wat is mijn moedertaal? Is het de taal die ik van mijn moeder ken? Of de voertaal van het land waar ik woon? Voor mij is mijn moedertaal het Frans, omdat het de eerste taal is die ik ooit heb geleerd. Toch ben ik beter in het Nederlands dan in het Frans. Dat komt omdat ik in Nederland leef. Mensen denken altijd dat het een groot voordeel is dat ik Frans en Nederlands ken. Zelf kan ik er tijdens Franse lessen profijt uit halen. Maar dikwijls wijzen mijn vrienden erop dat ik veel fouten bij klemtonen maak. Ook was het een grote klap toen ik begon met Duits: het was namelijk een heel nieuwe taal voor mij. De eerste keer dat ik een taal moest leren, die ik nog helemaal niet kende.

Toch denk ik dat één van de vele voordelen van mijn tweetaligheid is dat ik makkelijk aan een goed accent kan komen. Vrienden kijken vaak op als ik mijn moeder bel en Frans ga praten. Vaak gaat het ook automatisch. Dan zit ik thuis met een vriend te lunchen en begint mijn moeder plotseling Frans te praten. Ik kon me nooit inbeelden hoe dat voelde voor hen, totdat ik het zelf een keer meemaakte bij Poolse vrienden. Je vraagt je dan af waar ze het over hebben. Je durft natuurlijk niks te zeggen. Je wacht gewoon totdat ze weer overschakelen naar de taal die je kent. Toch blijft het Frans erg belangrijk voor mij.

– Alexis, 14 jaar, Nederland

The language of my heart

foto Magda

|Lees Magda’s verhaal in het Nederlands|

Recently my father started living in a nursing home with a Moluccan commune. In the living room there is the sound of lagu-lagu Maluku music and there is a volunteer from the Moluccan neighbourhood working in the kitchen. It smells like home. My sister and I are here for an interview with the Moluccan supervisor and we speak alternately Moluccan Malay and Dutch.

When my father slowly gets up after his nap and gently starts to push his walker, the supervisor calls out smiling: “Ela ada mau mana pi, tu?” My sister and I exchange meaningful looks. We did not know that the supervisor had pela-kinship with us. When I see that my father is walking in circles and apparently intends to stretch his legs, I answer: “Ada baronda tu, Dad!”

Those two sentences could also have been said in Dutch, but it would feel differently. Now there is the melodic tone, humor and feeling that only your own language can give.

I understand that my father wants to spend his last days in such a safe environment. And if I’m honest, my mother tongue also gives me a sense of recognition and acknowledgment of who I am.

~My name is Magda Pattiiha. I am a teacher and specialist in social skills. I’ve written teaching materials for language and culture education (Moluccan Malay). I am affiliated with Rutu because of its focus on mother tongue education. I have participated in the workshop Inclusion and exclusion in education. I am also involved with Sirius, a European network for education of children with a migrant background.

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here.


De taal van mijn gevoel

Mijn vader woont sinds kort in een verzorgingshuis op een afdeling met een Molukse woongroep. In de woonkamer klinkt muziek met lagu-lagu Maluku en er staat een vrijwilligster uit de Molukse wijk in de keuken. Het ruikt er als thuis. Mijn zus en ik zijn  er voor een kennismakingsgesprek met de Molukse begeleider en we spreken afwisselend Moluks Maleis en Nederlands met elkaar.

Als m’n vader na zijn middagdutje langzaam opstaat en voorzichtig zijn rollator voortduwt, roept de begeleider glimlachend: “Ela, ada mau pi mana, tu?” Mijn zus en ik kijken elkaar veelbetekenend aan. We wisten nog niet dat de begeleider een pelaverwantschap met ons had. Als ik zie dat mijn vader behendig rondjes loopt en kennelijk de bedoeling had om zijn benen te strekken, antwoord ik: “Ada baronda tu, pa!”

Die twee zinnetjes hadden ook in het Nederlands gezegd kunnen worden, maar dan zou het anders overkomen. Nu is er de zangerige toon, de humor en het gevoel dat alleen je eigen taal kan geven.

Ik begrijp dat mijn vader zijn laatste dagen in zo’n veilige omgeving wil doorbrengen. En als ik eerlijk ben, geeft mijn moedertaal mij ook een gevoel van herkenning en erkenning van wie ik ben.

~Mijn naam is Magda Pattiiha. Ik ben leerkracht en omgangskundige. Ik heb ooit lesmateriaal geschreven voor Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur (Moluks Maleis). Ik ben met Rutu verbonden vanwege de aandacht voor moedertaalonderwijs. Ik heb meegedaan met de workshop’ Inclusie en exclusie in het onderwijs’. Verder ben ik betrokken bij Sirius, een Europees Netwerk voor onderwijs aan kinderen met een migrantenachtergrond.

Greta Inheemse dag 2012

Lees Greta’s verhaal in het Nederlands

I am Greta Pane-Kiba. I am an indigenous woman from the tribe of the Caraïben, the Kari’na. I live in Suriname in the village of Galibi. For 37 years I was a teacher and now I’m retired.

In our village Kari’na is still spoken by young and old. We also speak Dutch and Sranan Tongo. I speak three languages, but I express myself mostly in Dutch. I can express myself better in it. That’s because I was given  away when I was 6 years old to Dutch-speaking foster parents. Although I did not understand Dutch at all, I could not speak my mother tongue. Even at school it was banned. I was often insulted and discriminated against during that time.

When I returned to the village after my training college, it was very difficult to communicate with the people in the village. Gradually this improved a lot. So it is very good that there is now more freedom to speak the language you want. In Galibi children are cared for in their mother tongue when they first go to school. They also learn Dutch, the official language of the school. Some parents also speak Dutch and Sranan Tongo. So there are children that are multilingual.

Nobody can stop you from speaking your Mother language. It gives you security. You feel comfortable and you can express your feelings better. I am proud of my indigenous culture and my native language, Kari’na.

KAMAKON WAPONAKA JASAKAREKON!!!

– Greta Pané-Kiba is one of the initiators of the bilingual math project Maths, Naturally!, carried out by the Rutu Foundation in Suriname. 

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here. You can also sign up for our newsletter to make sure you don’t miss a story!


Niemand mag je ervan weerhouden je moedertaal te spreken

Ik ben Greta Pané-Kiba. Ik ben een inheemse vrouw van de stam der Caraiben, de Kari’na. Ik ben 37 jaar leerkracht geweest en nu ben ik met pension.

In ons dorp wordt nog Kari’na gesproken door jong en oud. Daarnaast spreken we ook Nederlands en Sranan tongo. Ik spreek de drie talen, maar uit me toch meer in het Nederlands. Ik kan me zelf beter uitdrukken daarin. Dat komt omdat ik op m’n 6e jaar ben weggegeven aan Nederlands sprekende pleegouders. Ondanks dat ik helemaal geen Nederlands verstond, mocht ik mijn moedertaal niet spreken. Ook op school was dat verboden. Ik ben vaak beledigd en gediscrimineerd in die tijd.

Toen ik terugkwam in het dorp na mijn kweekschool was het heel moeilijk om te communiceren met de mensen in het dorp. Gaandeweg is het heel veel verbeterd. Het is dus heel goed dat er nu wat meer vrijheid is om de taal te spreken die je wilt. In Galibi worden de kinderen in hun moedertaal opgevangen als ze voor het eerst naar school gaan. Daarnaast leren ze het Nederlands, de schooltaal. Sommige ouders spreken ook Nederlands en Sranan tongo. Enkele kinderen zijn dus meertalig.

Niemand mag je ervan weerhouden om je moedertaal te spreken. Het geeft je zekerheid. Je voelt je prettig en je kan je gevoelens beter uiten. Ik ben trots op mijn inheemse cultuur en mijn moedertaal, het Kari’na.
KAMAKON WAPONAKA JASAKAREKON!!!

– Greta Pané-Kiba is één van de initiatiefnemers van het tweetalig rekenproject Natuurlijk, Rekenen! dat door de Rutu Foundation in Suriname is uitgevoerd.

Negrita

Alana (Spanish/English)

Alana

Read the story in |Español| Nederlands|

‘To be called negrita is to be called love’, I read once in a poem. And I was negrita to my grandmother. ‘Negrita’ means little black girl in Spanish. And I am. But I am not. My skin is light. My eyes are blue. But I was raised in a multicolored family as bright and diverse as a rainbow. And I was raised in a multicolored country.   And I was raised between religions. Between cultures. Between geographies. Always proud of my mixed heritage, even when I was surrounded by others. Even if I might not have always understood where I came from. Negrita has always meant love to me. Because where I am negrita, I have always felt the most loved.

Alana Feldman Soler lives in Puerto Rico and speaks English and Spanish. She is general coordinator at Taller Salud and volunteers as translator Spanish-English for the Rutu Foundation.

This story is part of our series in which bilinguals talk about what their languages mean for them. To read more stories, click here


Negrita

‘Aquí, llamarse negrito es llamarse amor’, leí una vez en un poema.  Y yo era negrita para mi abuela.  Y lo soy. Pero no lo soy.  Mi piel es clara.  Mis ojos son azules.  Pero me crié en una familia multicolor, tan brillante y diversa como un arco-iris.  Y me crié en un país multicolor.  Y me crié entre idiomas.  Entre religiones.  Entre culturas.  Entre geografías.  Siempre orgullosa de ser mestiza, aun cuando estaba rodeada de otr@s.  Aún cuando quizás no siempre entendí de donde venía.  Para mí, negrita siempre ha significado amor porque donde soy negrita, siempre me he sentido amada.


Trots op mijn gemengde erfgoed

‘Als je negrita genoemd wordt, word je liefde genoemd’, las ik ooit in een gedicht. Ik was negrita voor mijn grootmoeder. ‘Negrita’ betekent klein zwart meisje in het Spaans. Dat ben ik, maar dat ben ik ook niet. Mijn huid is licht. Mijn ogen zijn blauw. Ik ben opgegroeid in een veelkleurige familie, zo helder en divers als een regenboog. En ik ben opgegroeid in een veelkleurig land. Ik werd opgevoed tussen verschillende religies en culturen. Ik was altijd trots op mijn gemengde erfgoed, ook toen ik werd omringd door anderen. Zelfs als ik misschien niet altijd begreep waar ik vandaan kwam. ‘Negrita’ betekent altijd liefde voor mij. Want waar ik negrita ben, heb ik me altijd het meest geliefd gevoeld.

– Alana Feldman Soler woont in Puerto Rico en spreekt Engels en Spaans. Zij is algemeen coördinator bij Taller Salud en vertaler Spaans-Engels voor de Rutu Foundation.

Mother Language

foto Nosrat

Lees het verhaal in het Nederlands

The first thing that came to me when I heard the phrase ‘mother tongue’, was the thought of something nice, something sweet on my tongue, my mother. Whether this is because of the idea of mother in the word ‘mother tongue’, or because there is more to it, I do not know.

Meanwhile, a dear friend passed away. I see all kinds of messages coming through on Facebook. It is all so very sad. It keeps my mind occupied. But only when I encounter a message that is written in Farsi, something breaks. The lump in my throat slides down until it reaches my heart.

Art is my profession. I learned it in the Netherlands. This is why it’s easier to talk about my work in Dutch than in my native language. As an artist, consciously or subconsciously you are always in contact with everything you have ever stored in your brain. So my art emerges in the context of two environments. That of my mother tongue and that of the new language. I’m extremely happy with that. Two gold mines.

– Nosrat Mansouri Gilani is a visual artist. He lives and works in Amsterdam and speaks Farsi and Dutch. 

 

This is part of our series in which bilinguals share what their languages mean to them. To read more stories: click here. You can also sign up for our newsletter to make sure you don’t miss a story!


Moedertaal

Het eerste dat in mij opkwam toen ik het woord ‘moedertaal’ hoorde, was de gedachte aan iets fijns, iets zoets op mijn tong, mijn moeder. Of dat komt door het begrip moeder in het woord ‘moedertaal’, of omdat er meer achter zit, weet ik niet.

Ondertussen is een dierbare vriend overleden. Ik zie allerlei berichten langskomen op   Facebook. Triest allemaal. Het houdt me bezig. Maar pas als ik een bericht tegenkom dat in het Farsi is geschreven, breekt er iets. De krop in mijn keel glijdt naar beneden tot hij mijn hart bereikt.

Mijn vak, beeldende kunst, heb ik in Nederland geleerd. Daarom praat ik over mijn vak gemakkelijker in het Nederlands dan in mijn moedertaal. Als kunstenaar ben je bewust of onbewust continu in contact met alles wat je ooit in je brein hebt opgeslagen. Dus ontstaat mijn kunst in de context van twee omgevingen. Die van mijn moedertaal en die van de nieuwe taal. Daar ben ik hartstikke blij om. Twee goudmijnen.

~Nosrat Mansouri Gilani is beeldend kunstenaar. Hij woont en werkt in Amsterdam en spreekt Farsi en Nederlands.